A Tempo Magazine | Schaken & Muziek
Blog | Terug


Donderdag 24 november: Jezus (PB) (blog)
Nadat Peter Svidler eerst het Russisch kampioenschap en daarna de World Cup had gewonnen, zei hij in New In Chess: “Ik weet zeker dat zodra ik nu uitspreek dat mijn tweede jeugd eindelijk is begonnen, het meteen afgelopen is.”
We hebben het hier wel over één van de intelligentere personen op aarde. Zo zie je maar weer: ook veel mensen die op hoog niveau presteren voelen zich een speelbal van hogere machten. Die bezweren ze met soms heel gekke rituelen. Latijnse topvoetballers slaan een kruisje voor ze het veld opkomen, en ook na een goal, als dank voor de hulp.

Wat is dan nog het verschil tussen religie en alledaags bijgeloof? Wat de overeenkomst is weet ik wel: de onzekere mens heeft behoefte aan vastigheid. Archimedes beweerde: geef mij een vast punt en ik kan met een hefboom de aarde optillen. Maar we hebben nu juist geen vast punt. Bas Haring schreef onlangs dat dat helemaal niet erg is en dat ben ik met hem eens. Waarom niet gewoon zweven door het leven?

Het voordeel van die houding is dat je alles kunt relativeren. Dat is misschien niet bevorderlijk voor schaak- of voetbalprestaties, het maakt het leven wel een stuk draaglijker. Zelfs – nee, juist – over een zo ernstige zaak als religie moet je grappen kunnen maken. Monty Python’s meesterwerk, de film Life of Brian, mocht in Aberystwyth, Wales, niet gedraaid worden tot in 2009. Dat lijkt me het grootste compliment dat je als filmmaker kunt krijgen.

Het gaat erg langzaam, maar de tijden veranderen. Zelfs in de vaak zo schokkend bigotte VS is er bijvoorbeeld in de alternative country ruimte voor pareltjes van spotlust. In Terry Allen’s Gimme a Ride to Heaven Boy, een song die ook is gecoverd door de verder nogal brave Flatlanders, geeft de ik-figuur Jezus een lift. Schielijk worden de blikjes bier onder de chauffeursstoel geschoven, maar de eerbiedwaardige passagier toont zich minzaam bereid mee te drinken. Even later krijgt de verteller echter een pistool tegen zijn neus gedrukt met de opmerking ‘How’s this fer Kingdom Come?’ en blijkt Jezus een ordinaire carjacker te zijn.

In She Left Me for Jesus is Hayes Carll zijn liefje kwijtgeraakt aan een vent die Jezus heet: Why, last time we made love she even called out His name, en hij gaat lekker politiek correct verder met I’ll bet he’s a commie or, even worse yet, a Jew. Dat moet je Jezus nageven: tweeduizend jaar na dato worden er nog steeds grappen over hem gemaakt. Dat zie ik bij John Lennon toch niet gebeuren.

En het werd tijd. Humor is het teken dat een verschijnsel wordt geaccepteerd – in een samenleving, niet erboven. Hopelijk dragen deze spotternijen ertoe bij dat religie eindelijk erkend wordt als het bizarre stukje folklore dat het is. Iets waar je om kunt lachen.